Die ene meneer zei niets…
Om hem heen zit iedereen gezellig te kletsen. Zeventigplussers zijn het, net als hij, en enthousiast bespreken ze de vragen op de kaartjes die ik heb uitgedeeld. Ik geef op verzoek van de Protestants-Christelijke Ouderenbond (PCOB) een lezing over herinneringen. De vragen op de kaartjes gaan over het huishoudelijk werk van vroeger, spelletjes die je deed als kind, eten, winkels, reisjes, feesten en muziek maken, de lagere school, favoriete en gehate schoolvakken, de grootste pestkop van de klas, en nog veel meer.
Met dat soort vragen weten de ouderen in deze zaal wel raad — behalve één meneer. Hij kijkt vriendelijk om zich heen, luistert met belangstelling naar de verhalen, maar blijft zelf zwijgen. Ik ga even bij hem zitten en vraag of hij het vervelend vindt om over vroeger te praten. Nee, zo is het niet, geeft hij aan. Hij denkt vaak aan vroeger, alleen is zijn verhaal... nou ja, niet zo gemakkelijk om te vertellen.
‘In de Tweede Wereldoorlog lagen mijn ouders met hun binnenschip in Groningen. Ik was vier jaar oud en stond naast mijn moeder, die aan dek bezig was met het ophangen van de was. Plots kwamen er geallieerde bommenwerpers over. Eén van de bommen raakte ons schip, mijn moeder was op slag dood.’
Als hij is uitgesproken, ziet hij mijn geschrokken gezicht en legt geruststellend zijn hand op de mijne. Voor hem is dit een oud verhaal; het is nu eenmaal zijn geschiedenis en hij heeft het geaccepteerd. Hij groeide verder op bij zijn grootouders en is uiteindelijk goed terechtgekomen.
Ik bedank hem voor zijn openhartigheid en loop verder door de zaal, luister naar de geanimeerde gesprekken en naar al die boeiende herinneringen over het dagelijks leven uit de jaren veertig, vijftig, zestig. Af en toe kijk ik om naar de meneer. Nog steeds zit hij vriendelijk om zich heen kijkend, en zwijgend, tussen de kletsende dames.
Na een tijdje zijn de meeste vragen op de kaartjes besproken. Ik loop naar voren en neem de microfoon weer in de hand. Mijn blik kruist die van de meneer. Bemoedigend knikt hij me toe.
Ook nare herinneringen mogen er zijn
Dat is het punt met herinneringen: ze zijn niet allemaal fijn. Ieder leven kent mooie, maar ook verdrietige momenten. Als ik iemands levensverhaal schrijf, ga ik die nare herinneringen niet uit de weg. Ik weet dat er tijdens de interviews weleens een traantje zal vallen, en vind dat ook helemaal niet erg. Niet iedereen heeft zijn verleden zo kunnen verwerken als de meneer op het binnenschip — en dat is ook helemaal niet nodig. Juist door het op te schrijven, komt er vaak meer rust.
Ik heb inmiddels zo'n veertig levensverhalen geschreven en geef van tijd tot tijd lezingen over herinneringen, zoals de hierboven genoemde voor de PCOB. Ik weet inmiddels hoe je behoedzaam naar een moeilijke herinnering toe beweegt — en hoe je er weer vandaan komt.
Heb je ook interesse in zo'n lezing?
Organiseer jij bijeenkomsten voor ouderen, zorginstellingen of verenigingen, dan kan het boeiend zijn om herinneringen eens als onderwerp te nemen. Ik maak van mijn lezingen actieve bijeenkomsten: mensen gaan met elkaar in gesprek en herkennen zichzelf in elkaars verhalen. Ik vertel je graag over de mogelijkheden! Klik hier om contact op te nemen.
Overweeg jij jouw biografie te laten schrijven?
Of je nu je je eigen levensverhaal wilt laten schrijven, of dat van een dierbare, in een vrijblijvend eerste gesprek bespreken we samen wat er te vertellen valt en hoe zo'n traject eruitziet — zonder verplichtingen. Vraag hier vrijblijvend een kennismakingsgesprek aan.
© 2025 Website laten maken Zwolle